Blog

Peer Learning is snel, makkelijk én fun!

Posted by karenslotman in the category EWI

Donderdag 18 mei vond de 22e Onderwijsseminar van EWI plaats. Zo’n 20 deelnemers kwamen luisteren naar en discussieren over actieve werkvormen die Anne Johan Annema samen met zijn collega Remco Wiegerink inzet in Module 3 van de opleiding Electrical Engineering van de UT.

Anne Johan maakt een onderverdeling van ‘in classroom’ activiteiten en ‘out classroom’  activiteiten. Voorbeelden die besproken zijn van ‘in classroom’ activiteiten zijn de 1 tegen 100 quiz en de ‘project supervision’. Voorbeelden van ‘out classroom’ activiteiten zijn Perussal en online peerreview van project papers. Stuk voor stuk interessant, zeker omdat de docenten zoveel verschillende vormen van peer learning in module weten te integreren. Doel? Studenten aan het werk zetten. En dat lukt!

Hieronder volgt een beschrijving van de verschillende werkvormen. Veel te veel voor een blog, maar zeker interessant om te lezen.

  1. Perussal (out classroom)

Anne Johan heeft na het bijwonen van de lezing van Eric Mazur besloten om Perussal in te zetten. Aanleiding was het feit dat ook Anne Johan ondervond dat studenten de stof voorafgaand aan het hoorcollege niet (goed) lazen. Hij zette Perussal in en gaf studenten een deadline voor het maken van annotaties in de lesstof. Studenten kunnen punten verdienen door bijvoorbeeld vragen te stellen over de stof of door commentaren en antwoorden te geven op de gestelde vragen van medestudenten. Perussal werd dus ingezet om studenten min of meer te dwingen de teksten voorafgaand aan het college goed te bestuderen. De deadline was telkstens op maandagavond, voorafgaand aan het college op dinsdag.

Ervaring: Studenten vinden het vervelend dat ze een deadline hebben, maar volgens Anne Johan werkt het erg goed wanneer studenten 1 van de 10 punten hiermee kunnen verdienen (studiejaar 2015-2016). Er werden in totaal 2412 annotaties gemaakt! Afgelopen jaar konden de studenten een bonuspunt (1 van de 11) verdienen, maar toen lieten studenten het massaal afweten (studiejaar 2016-2017). Er werden slechts 65 annotaties gemaakt. Is hier sprake van het endownment effect? Werken minus punten beter dan bonus punten?

De docent ervaart veel gemak van Perussal. Studenten zijn beter voorbereid, hebben minder vragen tijdens het college, en het college kan veel efficiënter. Voor de goede studenten is een aparte regeling. Wanneer zij niet meedoen aan Perussal zal dat niet ten koste gaan van hun cijfer. Deze goede studenten hebben deze vorm van extrensieke motivatie om te gaan werken niet nodig.

  1. Peer review van papers (out classroom)

Studenten moeten 5 papers van anderen reviewen. Het reviewen gaat in groepen van 3. Het reviewproces is dubbelblind. De reviewer weet niet van wie de paper is en de schrijver van de paper weet niet wie de reviewer is. De reviews worden door de studenten ook echt gelezen omdat ze daarna een andere paper moeten indienen (dus twee in totaal) en de feedback hebben ze nodig bij het schrijven van de tweede paper. Bovendien worden slechte reviews gestraft met een minpunt en zeer goede reviews worden beloond met bonuspunten.

  1. 1 tegen 100 (in classroom)

De 1 tegen 100 quiz werkt hetzelfde als het TV programma waar 1 iemand tegen de rest van het publiek speelt. De vragen zijn in module 3 niet meteen op te lossen. Studenten gaan rekenen en krijgen ruim de tijd om het juiste meerkeuze antwoord te vinden. Er worden zo’n 20 vragen in 3 uur behandeld. Nadat een vraag gemaakt is en het antwoord bekend is wordt de vraag nabesproken en geven studenten of de docent waar nodig uitleg. De winnaar krijgt 1 bonuspunt.

Ervaring:Studenten vinden het erg leuk en zinvol. Ze zijn erg gemotiveerd om de juiste antwoorden te geven, willen graag weten wat er mis ging en willen graag tegen de rest van de groep ‘spelen’.  De docent maakt het spel leuk doordat er naast de serieuze vragen ook een klein aantal minder serieuze vragen zit, vooral om de studenten op gang te krijgen aan het begin van het eerste uur. Een andere fun factor zit in het feit dat alle studenten in het publiek die nog in de race zijn een feestmuts op hebben. De sfeer is altijd goed bij deze quiz.

  1. Project (in classroom)

Studenten werken in groepen van 3 aan een project. Meeliften is dan bijna onmogelijk, want het project met z’n tween afronden is bijna niet mogelijk. De projectleden moeten een 3 minuten presentatie houden met behulp van een stoplicht dat na 3 minuten op rood springt. Ze mogen dan niet verder. Studenten presenteren de highlights uit het project, benoemen wat interessant is en na afloop worden awards uitgedeeld aan de ‘most powerful’ presentatie, en de ‘most sad’ presentatie.

Retake is niet mogelijk! De docenten hebben bedacht dat het overdoen van een module niet zinvol is en daarmee ook niet mogelijk is. Dus naast deze bovenstaande leuke en activerende werkvormen is er nog een werkvorm die besproken werd tijdens de onderwijsseminar om ervoor te zorgen dat studenten de stof van de module wel gaan beheersen. Hoe? Studenten die gezakt zijn voor de module worden student assistant. Dus in plaats van de betere studenten zijn nu de zwakkere studenten student asssistent. De student assistenten moeten andere studenten begeleiden bij het project van de module, waardoor ze min of meer gedwongen worden om goed ingewerkt te zijn en de stof te beheersen en te begrijpen. Ze krijgen namelijk de meest uiteenlopende vragen van de studenten. Na afloop van de module schrijven de studenten een samenvatting van wat ze geleerd hebben.

Ervaring: studenten vinden dit een waardevolle activiteit en leren er ontzettend veel van. Meer dan wanneer ze de module opnieuw hadden moeten doen. Dat blijkt ook uit de samenvattingen. Docenten zijn uiteraard ook blij met deze bijdrage van studenten. Om controle te houden of studenten echt wel veel leren wordt er regelmatig aan studenten gevraagd of de bijdrage van de student assistenten zinvol en voldoende is.

Comments

  1. Wytze Koopal

    Dat model van 1 tegen 100 klinkt bijzonder interessant. Een goede manier om studenten actief met de stof aan de slag te laten gaan. Kan me wel voorstellen dat het voor een docent meer voorbereidingstijd kost dan de voorbereiding van een hoorcollege. Heb je daarover informatie van de desbetreffende docent?
    En:
    Kunnen we die software (her)gebruiken en/of opnemen in onze TELT diensten?

  2. karenslotman

    De docent hoeft geen college voor te bereiden. Het maken van de vragen en vooral de antwoordopties bedenken kost tijd, maar zijn jaren bruikbaar. Deze docent heeft een redelijk aantal vragen waardoor je per jaar kan variëren.
    Er wordt geen software gebruikt voor de 1 tegen 100 quiz. Marieke Huisman heeft een aantal jaren geleden wel zo'n quiz laten programmeren die we destijds mochten gebruiken. Voor de peer review wordt wel software ingezet. Deze is zelf ontwikkeld en voor TELT/UT beschikbaar.

  3. Helma Vlas

    Leuke, interessante onderwijsactiviteiten en zeker goed om te experimenteren: wat werkt wel/niet of beter in een andere, aangepaste vorm? Er valt vast nog veel meer over te vertellen. Dank voor het delen!
    Twee vragen uit interesse: "Voor de goede studenten is een aparte regeling. Wanneer zij niet meedoen aan Perussal zal dat niet ten koste gaan van hun cijfer." Op basis waarvan worden de (al) 'goede studenten' bepaald?
    Peer review: "Bovendien worden slechte reviews gestraft met een minpunt en zeer goede reviews worden beloond met bonuspunten." Wie bepaalt of het een goede of slechte review is? De docent of de ontvanger? Of gebeurt dit in plenaire sessies? Op basis waarvan?

  4. karenslotman

    Goede studenten zijn de studenten die een goed cijfer halen voor het module onderdeel en (blijkbaar) Perussal niet nodig hadden als activiteit om te leren en tot inzichten te komen. Waar precies de grens ligt weet ik eerlijk gezegd niet.
    Of een review van onvoldoende of juist zeer goede kwaliteit is wordt bepaald door de docent.

  5. Tjalling de Vries

    Vraag over punt 2., de online peerreview van papers. Dit dubbelblind, oftewel anoniem peerfeedback geven, met welke tool kun je dat doen? Ik ken nog geen tool waarin dit kan.

  6. Karen Slotman

    De software is door studenten van de UT ontwikkeld. Ze maken dus geen gebruik van een bestaande tool, maar hebben volgens mij wel voortgebouwd op beschikbare open source software. De docenten vinden het geen probleem om de code te geven, dat betekent dat de software ook door andere (UT)docenten en studenten gebruikt kan worden.

Leave a reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *